Minderjarige patiënten en wilsonbekwame patiënten worden vertegenwoordigd door een andere persoon, bijvoorbeeld hun ouder(s), een voogd of een mentor.
Bij de regeling voor vertegenwoordiging maakt de wet onderscheid tussen:
- minderjarigen tot 12 jaar;
- minderjarigen van 12 tot 16 jaar;
- minderjarigen van 16 en 17 jaar;
- wilsonbekwame minderjarigen;
- wilsonbekwame meerderjarigen.
Daarnaast geldt er een speciale regeling voor vertegenwoordigers die inzage willen in het medisch dossier van een overleden patiënt onder de 16 jaar. Zie hiervoor paragraaf 7.1 en 7.2 van de KNMG-handreiking Inzage in medische dossiers door nabestaanden.
In deze paragraaf worden de algemene regels over informatieverstrekking aan vertegenwoordigers van minderjarige en wilsonbekwamen besproken. Voor uitgebreide informatie verwijzen we naar de KNMG-wegwijzer Toestemming en informatie bij behandeling van minderjarigen. Meer informatie: KNMG-wegwijzer Toestemming en informatie bij behandeling van minderjarigen (hoofdstuk 5) KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens 68
Vertegenwoordigers van minderjarigen tot 12 jaar
De arts moet de ouder(s) of voogd(en) die met het gezag zijn belast van een minderjarige tot 12 jaar in beginsel alle informatie over de behandeling van het kind verstrekken. Ouder(s) of voogd(en) die met het gezag zijn belast van een minderjarige tot 12 jaar hebben ook een recht op inzage in en een afschrift van het medisch dossier van kind. De arts moet de minderjarige ook zelf informeren over de behandeling en wel zo dat het kind het kan bevatten. Uitzondering: Als de arts, in bijzondere omstandigheden, de overtuiging heeft dat hij door (bepaalde) informatie uit het dossier van de minderjarige te verstrekken niet de zorg van een goed hulpverlener verleent, kan de arts besluiten om de gezagdragende ouder(s) of voogd geen informatie te verstrekken.
Vertegenwoordigers van minderjarigen van 12 tot 16 jaar
De arts moet de ouder(s) of voogd(en) die met het gezag zijn belast over een minderjarige van 12 tot 16 jaar informatie verstrekken, voor zover die informatie relevant is voor het geven van toestemming voor een behandeling van het kind. Voor het verstrekken van overige informatie aan de gezagdragende ouder(s) of voogd(en) heeft de arts toestemming nodig van het kind. Uitzondering: Een arts mag op grond van goed hulpverlenerschap afzien van het verstrekken van informatie aan de ouder(s) of voogd(en), ook als die informatie nodig is om (mede) toestemming te geven voor een behandeling.92 90 Artikel 7:448 lid 1 BW. 91 Artikel 7:457 lid 3 BW. 92 Artikel 7:457 lid 3 BW, artikel 7:450 lid 2 BW. KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens 69 4.1.3
Vertegenwoordigers van minderjarigen van 16 en 17 jaar
De arts mag de gezagdragende ouder(s) of voogd(en) van een minderjarige van 16 of 17 jaar geen medische informatie over hem geven, tenzij hij hiervoor toestemming heeft gegeven. Een 16- of 17-jarige moet op dezelfde wijze behandeld worden als een meerderjarige. Zij mogen zonder tussenkomst van de gezagdragende ouder(s) of voogd(en) een rechtsgeldige behandelingsovereenkomst aangaan. Ook oefent een minderjarige van 16 of 17 jaar alle patiëntenrechten zelfstandig uit.
Vertegenwoordigers van wilsonbekwame minderjarigen (0-18 jaar)
De arts moet ouder(s) of voogd(en) die met het gezag zijn belast over een wilsonbekwame minderjarige (0-18 jaar) in beginsel alle informatie over de behandeling van het kind verstrekken. Ouder(s) of voogd(en) die met het gezag zijn belast van een wilsonbekwame minderjarige oefenen de patiëntenrechten namens de minderjarige uit. Ze hebben recht op alle informatie over de behandeling van het kind, inclusief recht op inzage in en een afschrift van het medisch dossier van het kind. De arts moet een wilsonbekwame minderjarige, voor zover dat mogelijk is, wel inlichten over voorgenomen verrichtingen. Dit moet hij doen op een manier die voor de minderjarige begrijpelijk is.
Uitzondering: Als de arts, in bijzondere omstandigheden, de overtuiging heeft dat hij door (bepaalde) informatie uit het dossier van de minderjarige te verstrekken niet de zorg van een goed hulpverlener verleent, kan de arts besluiten om de gezagdragende ouder(s) of voogd(en) geen informatie te verstrekken. Een beroep op deze uitzondering is bijvoorbeeld mogelijk als het verstrekken van bepaalde informatie risico’s oplevert voor de veiligheid of ontwikkeling van het kind. Dit kan het geval zijn als er vermoedens zijn van kindermishandeling. 93 Artikel 7:457 lid 3 BW. KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens 70
Informatie aan ouders na echtscheiding
In geval van echtscheiding is het raadzaam dat de arts bij de ouders navraagt wie het gezag heeft over het kind en afspraken maakt over het geven van toestemming voor behandeling van het kind. Na een echtscheiding houden meestal beide ouders het ouderlijk gezag. Beiden blijven dan vertegenwoordiger. Dat betekent dat als er op grond van de wet toestemming van de ouders nodig is voor de behandeling van een kind (dat is het geval bij kinderen tot 16 jaar), beide ouders die toestemming moeten geven. Ouders die gezamenlijk gezag hebben, moeten over die toestemming met elkaar overleggen, ook na een scheiding.
Eenoudergezag
De rechter kan bij een echtscheiding het gezag aan één ouder toewijzen. De gezagdragende ouder is dan de vertegenwoordiger. De ouder die niet (meer) met het gezag is belast, treedt niet (meer) op als vertegenwoordiger, beslist niet mee over de behandeling van het kind en heeft geen rechten die aan dat beslissingsrecht zijn gekoppeld (zoals het inzagerecht). Deze ouder heeft desgevraagd wel recht op informatie over belangrijke feiten en omstandigheden die het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen. Dit recht geldt ten opzichte van derden die beroepsmatig over die informatie beschikken. Gedacht kan worden aan leerkrachten, maatschappelijk werkers en artsen. Hiermee kan de niet-gezagdragende ouder, onafhankelijk van de andere ouder, een beeld vormen van de verzorging en opvoeding van het kind. De arts verstrekt aan deze ouder geen informatie als hij die ook niet aan de gezagdragende ouder zou verstrekken of als het belang van het kind zich tegen de verschaffing van deze informatie verzet.
Het recht op informatie van de niet-gezagdragende ouder omvat geen inzagerecht in het medisch dossier van het kind. De arts mag zich beperken tot het geven van globale, feitelijke en belangrijke informatie (doelgericht). De arts mag desgevraagd de gezagdragende ouder informeren over het feit dat hij informatie aan de andere ouder heeft verstrekt, maar is daartoe niet verplicht. De gezagsverhouding kan eventueel in het Centraal Gezagsregister worden nagegaan. In dat register wordt bijgehouden wie het ouderlijk gezag heeft over minderjarigen. Een verzoek tot inzage kan bij elke rechtbank worden gedaan.
Informatie aan ouders-procespartijen:
Ouders kunnen een arts verzoeken om informatie over hun kind te verstrekken, met als doel om deze informatie te gebruiken in een juridische procedure over (een wijziging in) de gezags- en/of omgangsregeling met hun kind. De arts moet in beginsel aan dit verzoek voldoen, mits het verzoek afkomstig is van een ouder die met het gezag is belast, en mits voldaan wordt aan de leeftijdsspecifieke regels voor het recht van ouders op inzage in en een afschrift van het medisch dossier van hun kind (zie eerder). In het belang van het kind mag de arts in bijzondere gevallen besluiten geen informatie te verstrekken. Hij doet dat dan op grond van goed hulpverlenerschap. Als de arts wel tot informatie verstrekking overgaat, dan verstrekt hij alleen feitelijke, relevante medische informatie, zonder een oordeel te geven.
Vertegenwoordigers van wilsonbekwame meerderjarigen
De arts mag een vertegenwoordiger van een wilsonbekwame meerderjarige relevante medische informatie uit het medisch dossier van de wilsonbekwame meerderjarige verstrekken. Als een meerderjarige niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, kan een ander namens hem optreden als vertegenwoordiger. Een vertegenwoordiger is een persoon die beslissingen neemt namens een wilsonbekwame patiënt. Daarbij dient hij in het belang van de patiënt te handelen en de patiënt zo veel mogelijk bij zijn taakvervulling te betrekken.95 De WGBO hanteert een rangorde om te bepalen wie als vertegenwoordiger aangemerkt mag worden:96 1. een curator of mentor (door de rechter benoemd); 2. een schriftelijk gemachtigde; 3. een echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel van de patiënt; 4. een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind van de patiënt. Als er geen curator of mentor is benoemd, worden de belangen van de wilsonbekwame meerderjarige behartigd door de schriftelijk gemachtigde. Dit is de persoon die de patiënt, toen hij nog wilsbekwaam was, gemachtigd heeft om als vertegenwoordiger op te treden. Ontbreekt ook deze schriftelijk gemachtigde, dan treden de echtgenoot, geregistreerd partner of levensgezel namens de patiënt op. Ontbreken deze ook, dan treden de ouder(s), kind(eren), broer, zus, grootouder of kleinkind op als vertegenwoordiger. Komen er meerdere personen binnen dezelfde groep in aanmerking, dan moeten zij een persoon uit hun midden kiezen. Komen zij er onderling niet uit, dan wijst uiteindelijk de arts de vertegenwoordiger aan.
Het is mogelijk dat op de zorgverlening aan een wilsonbekwame cliënt ook bijzondere regelgeving zoals de Wvggz of de Wzd van toepassing is. Zie voor meer informatie over de Wvggz en de Wzd Hoofdstuk 6. 95 Artikel 7:465 lid 5 BW. 96 Artikel 7:465 lid 2 en 3 BW. KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens 71
Om zijn taak als vertegenwoordiger goed te kunnen uitvoeren, heeft de vertegenwoordiger recht op informatie en inzage in en afschrift van het medisch dossier. Dit recht strekt niet verder dan die informatie die de vertegenwoordiger geacht kan worden nodig te hebben voor een goede vervulling van zijn taak. De arts kan bovendien afzien van het verstrekken van informatie aan de vertegenwoordiger als dit in strijd zou komen met het goed hulpverlenerschap. Dat mag alleen in uitzonderingsgevallen, zoals wanneer de patiënt uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt toen hij nog wilsbekwaam was dat bepaalde informatie aan de vertegenwoordiger zou worden verstrekt en de arts meent die wens te kunnen en moeten respecteren. De vertegenwoordiger zal in de regel ook toestemming moeten geven voor informatieverstrekking aan derden. Bij het aanstellen van een mentor of een curator kan de rechter een medische verklaring van wilsonbekwaamheid van de patiënt verzoeken. Deze verklaring moet door een onafhankelijk arts worden afgegeven conform de richtlijn omtrent geneeskundige verklaringen.
Zie ook onderstaande links:
Toestemming en informatie bij behandeling van minderjarigen | KNMG
Meerderjarige wilsonbekwamen | KNMG